|
Haar hoofd kende geen rust. De nacht telde voor haar de seconden uit. Geen enkele stierf een stille dood. Druppelend kwik deinde langs haar armen. De temperatuur wist geen maat te houden. De rolluiken wapperden van de wind die aanstootgevend was. Haar borstkas hield zich krampachtig schuil terwijl de donsdeken met haar voeten danste. Geen tango die een zuiders temperament in zich droeg. Haar lippen waren kurkdroog alsof de sahara noordwaarts trok. De rijpe lucht voelde zwanger aan. In een oogwenk voelde ze de spanning die op haar schouders te rusten werd gelegd.
"Blaas me jouw lucht...", weerklonk het. Haar tanden verbeten haar onderlip. Het rood werd druiverig. Loensend daagde de morgen vanachter de horizon. Geen mens die wist wie het steekspel winnen zou...
14-06-2006, 21:39:19 bruis
|