09-08-10

Onmeetbare warmte

In de onmetelijke warmte van het moment dreef ze op het gevoel dat niet te vangen viel in woorden. De muziek speelde op de achtergrond en  kleurde het geheel alleen nog maar meer.

 

De nacht was ingekleurd, verre van donker. Het bestaan was gevuld door vier handen die achter twee ruggen rustten tegen blote oude bakstenen en door twee monden die elkaar aanvulden. Woorden die een grootse ruimte vroegen, kregen die weidsheid ook toegemeten. Het kronkelende betonpad geflankeerd door het grind vroeg penseelstreken als contour. In gedachten tekende ze die, menigmaal en trok er nieuwe lijnen in.

 

Het gevoel dreef, als een wolk doorheen de woorden die zich als een cocon rond hen weefden, verscholen in de duisternis om de hoek.

 

Ondanks het feit dat gevoel dat onder woorden wordt gebracht telkens beknot voelt net zoals een wilg, staand in een open landschap met kabbelend water ernaast, probeerden ze de dingen te benoemen. Puur en vanuit het hart en met de nodige seconden ertussen om de juistheid van de woorden te zoeken, al zijn die nuanceringen nooit wat ze moeten zijn op zo’n momenten.

 

 ‘Blijf je bij mij?’, vroeg ze vandaag, in eerste instantie aan zichzelf.

 

Ze sloot haar natte ogen en hoopte niet te verdrinken.

 

14:22 Gepost door bruis | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-08-10

Ademloos

 

Ademloos rustte de linkerflank van zijn wang even boven haar rechterschouder. Ze fluisterde hem even toe en ze glimlachten. Allebei. Een bevreemde stilte raakte de onzekerheid van menig toeschouwer en het hart boog om de warmte.

Even sloot ze haar ogen en ademde ze. De ballen smolten als sneeuw voor de zon. Voeten voor haar uit en bewegingen die haarscherpe beelden toverden op haar netvlies. Gebrandmerkt. Ze streek over de onderkant van haar lip.

Rijdend in een auto naar een ander bestaan dat zo dichtbij bleek te zijn. De absurditeit van het gegeven omarmde hen. Idioot zijn is weinigen gegeven.

Sigaretten als alibi voor de stilte die af en toe vallen zou en de nacht die de prelude was van een samenhorigheid die ongekend bleek. Een lepeltje dat het glas aantikte en de rechterhand die steun vond op het voorhoofd… of was het andersom?

Ze boog. Naar voren. En ze keek heel even in de indringende ogen die haar aankeken in die kleine seconde. In gedachten sloot ze hen op. Gevangen in de behaaglijkheid van dit bestaan.

Omarmen kan je ook zonder armen.

 

00:54 Gepost door bruis | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |